VICHARA

Ramana Maharshi zag zelfonderzoek als een vorm van meditatie. Hij gaf daartoe de volgende methode: telkens als er een gedachte, emotie of drang tot handelen opkomt, stelt men zich de vraag "wie heeft die gedachte, emotie of drang?".

 

Het antwoord luidt vanzelfsprekend "ik".

 

De tweede vraag die men zich vervolgens moet stellen is "wie is die ik?". Met deze vragen worden alle opkomende gedachteassociaties en emotiestromen voortdurend onderbroken.

 

De aandacht wordt zo verlegd naar een beschouwen van de bron van al deze activiteit. Hierdoor verkrijgt men werkelijke zelfkennis, doordat men voorbij alle antwoorden rust vindt in het spirituele hart, waar stilte heerst.